Platbodems en rondbodems werden vroeger gebruikt voor het vervoeren van kolen, turf en andere vracht, maar ook voor de visserij. De rondbodem is een schip waarvan de overgang naar de kimmen vloeiend is. Hoewel het verschil tussen rondbodems en platbodems door verschillen van soms maar enkele centimeters vaak niet goed te zien is, verschilt de rondbodem wel degelijk van de platbodem. Platbodems hebben een knik van de overgang van het vlak (de bodem) naar de kim. Deze vrachtschepen kunnen door de geringe diepgang en platte bodem zonder problemen droogvallen. Platbodems zijn van oorsprong zeilschepen, maar tegenwoordig vinden we ook in de pleziervaart veel gemotoriseerde platbodems.
Voorbeelden van ronde- en platbodems
Voorbeelden van platbodems zijn schouwen en aken. De Staverse Jol en de vlet zijn één van de weinige voorbeelden van duidelijke rondbodems. Bijvoorbeeld de Lemmeraak en de tjalk waren platbodems toen ze van hout werden gemaakt, maar werden rondbodems toen ze later van ijzer en staal gemaakt werden.